Rondreis West-Amerika

Eerder hadden jullie al kunnen lezen over de voorbereidingen van mijn droomreis.
Op 21 juli was het dan eindelijk zo ver!
Met dit reisverslag neem ik jullie mee tijdens onze reis. Ik geef mijn ervaringen en tips mee in de hoop dat u deze kunt gebruiken als u zelf deze reis wilt ondernemen.
Let wel, wat ik mooi of juist niet leuk vind, wil niet zeggen dat u dat ook zal vinden. Lees daarom altijd veel verslagen en beoordelingen om een indruk te krijgen!

Dag 1, vrijdag 21 juli: Amsterdam – Los Angeles
Aantal mijl gereden: 25 (= 40 km)
Aantal km gelopen: 8,18
Hotel: Friendship Motor Inn, 1148 Crenshaw Boulevard, Los Angeles
Weer: Zonnig, 30 graden

Om 8.55 uur begon onze reis, met de trein van Utrecht Ter Wijde naar Schiphol. Ik was een dag eerder vanuit Limburg al naar Utrecht gegaan.
Het blijft toch de fijnste manier om naar de luchthaven te reizen, vind ik.
Ondanks alle horrorverhalen in de media van urenlange wachtrijen, viel het allemaal reuze mee. De rij bij de security was weliswaar behoorlijk lang, maar binnen het half uur waren we binnen en hadden we onze koffers gedropt. 17 van de 23 toegestane kilo’s. Genoeg plek voor souvenirtjes dus 🙂

Een vakantie begint voor mij altijd al op de luchthaven. Voor veel mensen is het stressen. Ik ben altijd juist rustig en relaxed en kijk met verbazing naar al die gehaaste mensen met hun veel te grote berg (hand)bagage. Ik heb tijdens de vlucht alleen een rugzakje mee, waarin mijn paspoort en reisbescheiden zitten, een reisgids en mijn IPad. Meer heb ik niet nodig.

De vlucht met KLM vertrok nagenoeg op tijd. Normaal vind ik vliegen niet zo erg. Ik lees wat, kijk wat films. Maar ik vond het nu vreselijk. Met een vluchtduur van bijna 11 uur was dit tot dusver ook mijn langste vlucht ooit. De tijd leek maar niet vooruit te gaan. Daarnaast voelde ik mij halverwege de vlucht ook belabberd. Het eten in het vliegtuig is echt vergif.

Wat was ik blij toen we in Los Angels geland waren. Een shuttlebus bracht ons binnen een kwartiertje naar de autoverhuurlocatie van Alamo.
Natuurlijk probeerde ze ons een upgrade aan te smeren (‘uw twee koffers passen niet allebei in de achterbak’) , maar daar bedankten we vriendelijk voor.
We hadden een ‘Intermediate midsize car’ en kozen voor een uitstekende Toyota Corola.
Met onze koffers allebei gewoon in de achterbak, reden we rond de klok van 17.00 uur (2.00 uur ’s nachts Nederlandse tijd) naar ons hotel.
Na te hebben ingecheckt en ons te hebben opgefrist, besloten we naar de Universal Citywalk te gaan, een ritje van een klein half uur. In Florida vonden wij dit vorig jaar ook zo leuk. Allemaal restaurantjes en winkeltjes in een fleurige omgeving. Het zag er ook hier leuk en gezellig uit. Ik voelde me echter nog steeds als een zak aardappelen. Waar Kirsten genoot van de quesadillas van de Taco Bell, sloeg ik de maaltijd over. En als ik eten van Taco Bell oversla, wil dat heel wat zeggen!
Maar ons doel was vooral ook om wakker blijven, om een jetlag te voorkomen. Uiteindelijk lagen we om 21.30 uur (6.30 uur Nederlandse tijd) in bed. Het was gelukt, we hadden de nacht overgeslagen.


Dag 2 zaterdag 22 juli: Los Angeles – Anaheim
Aantal mijl gereden: 105 (= 169 km)
Aantal km gelopen: 18,04
Hotel: Baymont Inn & Suites, 727 South Beach Boulevard, Anaheim
Weer: Zonnig, 30 graden

Waar ik verwachtte heerlijk te slapen (ik was immers meer dan 24 uur wakker geweest), was het een dramatische nacht, mede omdat onze kamer direct aan een drukke weg lag. Het verkeer raasde de hele nacht door en de kamer was slecht geïsoleerd.

Om 8.15 uur startte onze mini-trip door Los Angeles. Volgens velen geen leuke stad, waar je eigenlijk zo snel mogelijk moet vertrekken.
Wij vonden het erg meevallen en hadden een leuke dag.
We startten in het mooie Venice. Een fraaie wijk, aangelegd langs allerlei kanalen zoals in Venetië. Vanuit de wijk loop je zo naar Venice Beach met haar prachtige stranden en boulevard met vele winkeltjes. Best gezellig!

De wijk Venice

* Tip: je kunt je auto gratis parkeren in de straten achter Venice, wij parkeerden aan de Ocean Avenue.  *

Als je in Los Angeles bent, hoort een bezoek aan de Santa Monica Pier er natuurlijk ook bij. Leuk om hier een uurtje rond te lopen, maar wat was het druk!
Uiteraard stond ook Beverly Hills op het programma. Een stukje wandelen over de Rodeo Drive, de duurste winkelstraat ter wereld, was bijzonder. Veel toeristen vergaapten zich aan de ferrari’s en andere dure auto’s die geparkeerd stonden voor de winkels waar de doorsnee burger nog niet eens geld genoeg voor heeft om een knoop te kopen van de kleding die daar hangt.

Vervolgens naar het onvermijdelijke Hollywood. Door alle verhalen hadden we geen hoge verwachtingen en daarom viel het ook niet tegen. Maar ook niet mee. Een enorme mensenmassa en de verder nietszeggende sterren van de Walk of Fame, waar je door de duizenden voeten je weinig van ziet.
Na wat fotootjes van de bekende dingen, toch maar snel weg hier.

Drukte in Hollywood

* Tip: parkeer je auto in het winkelcentrum Hollywood Higland. Als je iets koopt bij een winkel of de Starbucks, kun je je kaartje laten valideren en betaal je maar 2 dollar voor 2 uur parkeren.  *

Het mooiste van de dag bewaarden we voor het laatst: de route door de Hollywood Hills via de Mulholland Drive. Wauw! Je hebt echt tijdens de route mooie uitzichten.
Wat ons overigens verbaasden, was dat je zelfs hoog in de ‘bergen’ extreem drukke kruisingen hebt. Bizar!

Na een bezoekje aan de Wallmart (even een koelbox gekocht!) reden we naar ons uitstekende hotel.

Blik op downtown LA vanaf de Mulholland Drive.


Dag 3 zondag 23 juli: Anaheim – San Diego
Aantal mijl gereden: 120 (= 193 km)
Aantal km gelopen: 10,09
Hotel: Best Western America Inn, 815 West San Ydriso Boulevard, San Ydriso
Weer: Vrij zonnig, 25 graden

Met een zieke Kirsten reden we naar San Diego. Het eerste echte ritje van onze reis. We parkeerden gratis bij Balboa Park. Het gigantische, heuvelachtige park van San Diego met mooie natuur, prachtige gebouwen in Spaanse stijl met diverse musea en een van de mooiste dierentuinen ter wereld.
Vanaf het park reden we in een paar minuten naar Downtown San Diego. Het was daar echt gigantisch druk. Een uur reden we rond om een parkeerplaats te zoeken. Zonder succes. Hoe was dit mogelijk? Op internet had ik vooraf toch hele andere verhalen gelezen.
Het bleek deze zondag de laatste dag te zijn van de San Diego Comic Con…. Dat verklaart een hoop!
Aangezien Kirsten ziekjes was, zijn we na het avondeten bij een fastfoodketen (Jack in the Box), in het hotel gebleven om wat te relaxen. Tussendoor heb ik nog een wandeling in de omgeving gemaakt.


Dag 4 maandag 24 juli: San Diego
Aantal mijl gereden: 29 (= 47 km)
Aantal km gelopen: 23,2
Hotel: Best Western America Inn, 815 West San Ydriso Boulevard, San Ydriso
Weer: Ochtend bewolkt, in loop van middag half bewolkt, 25 graden

Vanuit ons hotel reden we in een kleine 20 minuten naar de enorme gratis parkeerplaats van de San Diego Zoo, meerdere keren uitgeroepen tot mooiste dierentuin van de wereld.
En ik begrijp waarom. Wat een prachtige dierentuin! Bijna 5 uur liepen we rond en dat was best zwaar, aangezien de dierentuin is aangelegd op en rondom flinke heuvels. Het grootste gedeelte van de ochtend was het gelukkig bewolkt, waardoor het heel aangenaam aanvoelde.
Maar wat is het mooi daar. Ze hebben ook erg veel dieren, waarvan ik een paar diersoorten voor het eerst in mijn leven zag. Veel dieren had enorm veel ruimte, maar een aantal dieren toch ook niet en toen bekroop mij toch een ongemakkelijk gevoel. Dit kan anno 2017 niet meer. Daarom zie je ook steeds meer dierentuinen veranderen. Ook deze dierentuin is verder veel meer dan alleen diertjes kijken. Er zitten hele onderzoek- en beschermingsprogramma’s achter de schermen.
Desondanks is het bezoek aan deze zoo absoluut een aanrader.

De bekendste wijk van San Diego!

Vanuit de dierentuin reden we snel naar Downtown en daar was het vergeleken met gisteren relatief uitgestorven. We liepen door de bekende wijk Gaslamp Quater. Op zich best leuk en gezellig! Daarna liepen we nog door de rest van Downtown SD, maar al met al viel het allemaal toch wat tegen. Ik had alleen maar positieve verhalen gehoord en gelezen over deze stad. Het was zeker niet verkeerd, maar erg onder de indruk was ik ook niet.
In mijn achterhoofd heb ik wellicht nog altijd New York als maatstaaf. En dat is niet eerlijk.

We sloten de dag af op een rooftopbar, uitkijkend op het Petco Park, het honkbalstadion van de stad. Fantastisch!

* Tip: Ga naar de Altitude Sky Lounge rooftopbar. Je moet hiervoor het Marriot hotel naar binnen en met de lift naar de bovenste verdieping gaan. Toegang gratis (vergeet je legitimatie niet!) *

Uitzicht vanaf de Rooftop Bar


Dag 5, dinsdag 25 juli: San Diego – Palm Springs (en bezoek Mexico!)
Aantal mijl gereden: 144 (= 232 km)
Aantal km gelopen: 12,1
Hotel: Baymont Inn & Suites, 390 S. Indian Canyon Drive, Palm Springs
Weer: San Diego/Mexico bewolkt, 21 graden – Palm Springs: half bewolkt, 38 graden

Voor de vakantie begon, was de planning om nog naar San Diego te gaan. Aangezien de stad ons minder goed was bevallen dan gedacht, besloten we naar Mexico te gaan, daar ons hotel op 5 minuten rijden van de grens lag.
Je kunt hier namelijk met de voet de grens over. Dagelijks doen meer dan 20.000 mensen dat. Zij het voor werk, zij het als toerist, zij het voor medische doeleinden. Immers, de zorg is voor veel Amerikanen niet te betalen. Daarom gaan ze hier de grens over om bijvoorbeeld naar de tandarts te gaan.
Ondanks dat op internet veel mensen spreken van een soort ‘toerist trap’ (er is niets moois aan, niet het echte Mexico, terug naar VS wachttijden van meer dan 2 uur), zou het wel een bijzondere ervaring zijn. Nou dat werd het zeker!
Voor mij als aardrijskunde docent was dit sowieso wel een must-do, omdat een foto van deze grensovergang (zie hieronder) in veel lesmethodes staat. De lesstof rondom dit thema vind ik erg interessant en nu kon ik het met eigen ogen aanschouwen.

De beroemde foto van de grens tussen Tijuana (Mexico, rechts) en de VS (links).

Nadat we de auto geparkeerd hadden (8 dollar voor een hele dag), liepen we een dikke 10 minuten naar de dikke stalen hekken met draaipoort. De controle stelt niet veel voor en binnen een paar minuten heb je een Mexicaanse stempel in je paspoort en loop je Mexico in.
En je loopt echt een hele andere wereld binnen. Van een Eerste Wereldland naar een Derde Wereldland.
Wat een armoede. Wat een ellende. Direct bedelende kinderen om je heen.
Vervallen gebouwen, smerige opgedroogde kanalen.
We voelden ons allebei vanaf minuut 1 niet op ons gemak.
Na een kwartiertje lopen kom je in het centrum van Tijuana. Ondertussen waren we al tientallen tandartsen en andere medische gebouwen tegen gekomen, waar de Amerikanen massaal naar toe gaan. Viagrapillen worden op iedere hoek van de straat aangeboden.

Het centrum van Tijunana is op de toerist gericht. Het was er dan ook erg druk en tientallen restauranthouders proberen je tot vervelends toe hun zaak in te lokken.
We raakten aan de praat met een Amerikaanse vrouw, die op weg was naar haar chirurg. In Amerika is dat niet te betalen. Ze vertelde dat ze hier vaker komt, maar dit was de eerste keer alleen. De mevrouw was nog niet uitgesproken, of een Mexicaan beroofde haar van haar telefoon uit de achterzak! Gewoon waar wij naast stonden en om ons heen nog honderden mensen!
Mevrouw begon direct te schreeuwen en meteen sprintten een aantal Mexicanen achter de dief aan. Ze hadden hem snel te pakken.
Wij voelden ons voor deze beroving al niet op ons gemak, maar nu al helemaal niet meer. Snel weg uit Mexico. In een hoog tempo liepen we terug naar de grens. Ondertussen bedankte Kirsten mij voor de tip dat ze haar grote, professionele camera thuis moest laten en haar telefoon niet in de achterzak moest doen…
We vreesden voor de douane op de terugweg, aangezien internet vol stond met verhalen van minimaal twee tot drie uur wachten.
Of het door het vroege tijdstip van 11.30 uur kwam weet ik niet, maar binnen een paar minuten liepen we weer in de USA.

De grens als je met de voet naar Mexico gaat.

Snel in de auto en op weg naar Palm Springs! Een rit van ongeveer 2,5 uur door een heel fraai landschap. Gedurende de rit liep de temperatuur snel op.
Halverwege de middag kwamen we aan in Palm Springs. Wat was het warm! Het leek wel of er constant een föhn op ons gericht stond. En dan scheen dan zon nog niet eens volop.
We besloten na de ervaring deze ochtend in Mexico, lekker aan het best ruime zwembad te gaan liggen. Heerlijk!
’s Avonds verkenden we de gezellige hoofdstraat van Palm Springs, die op loopafstand van ons hotel lag. Wat een leuk stadje is dit, heerlijke sfeer!
Maar het was ook best rustig. De receptiemedewerker van ons hotel vertelde ons dat dit het laagseizoen is. Alleen voornamelijk Europeanen op rondreis strijken hier in de zomer neer.

We gingen lekker op tijd naar bed, want morgen staat de eerste echt lange rit op het programma!

Het was goed vertoeven in Palm Springs.


Dag 6, woensdag 26 juli: Palm Springs – Phoenix/Scottsdale
Aantal mijl gereden: 331 mijl (= 533 km)
Aantal km gelopen: 5,95
Hotel: Howard Johnson, 7110 East Indian School Road, Scottsdale
Weer: Zonnig, 42 graden

Vandaag stond de eerste lange rit van deze reis op het programma. Totaal zouden we vier behoorlijk lange ritten hebben (van minstens 5 uur rijden). Dit zou op voorhand de saaiste van de vier worden en dat bleek achteraf ook inderdaad het geval te zijn.
Eerst bezochten wij het voormalige huis van Elvis Presley in Palm Springs waarna we op weg gingen. Na een uurtje rijden vanuit Palm Springs reden we het Joshua Tree National Park in. Het eerste Nationale Park van onze reis.
Aangezien wij onze Nationale Parkpas vooraf tweedehands hadden gekocht, konden we vrij snel door rijden.

* Tip: een Nationale Parkpas (of Annual Pass genoemd) kost 80 dollar, is één jaar geldig en geldt voor bijna alle nationale parken in heel Amerika. Tweedehands krijg je ze via internet voor ongeveer de helft van het geld. Dus of even op marktplaats kijken of als je deze toch zelf koopt, via marktplaats weer verkopen!
Op de pas is plaats voor twee handtekeningen. Een van die moet van jou zijn en moet gelijk zijn aan je handtekening op je legitimatie die je ook moet tonen (rijbewijs geldt ook als legitimatie!)*

Ik had weinig verwachtingen bij dit NP, maar het was toch best fraai! Prachtige en reusachtige rotsformaties midden tussen de bijzondere Johsua Trees.
Het is een mooie route die je rijdt en het was het omrijden van anderhalf uur zeker waard!

Joshua Tree NP

Daarna moesten we nog eens dik drie uur rijden naar onze eindbestemming. Een vrij saaie rit door een eentonig woestijnlandschap.
We maakten een korte tussenstop om het Hard Rock café in Phoenix te bezoeken. Downtown Phoenix zag er overigens best leuk uit!

Dit gold zeker ook voor het stadje Scottsdale, aan Phoenix grenzend, waar we sliepen. Een erg leuk stadje in cowboysfeer. Maar net als Palm Springs was het ook hier laagseizoen.
We aten in een lokaal eetcafé, die toevallig vol zat met Amerikanen die naar de finale van de Gold Cup kijken. Leuk om ook te kijken! Amerika won met 2-1 en pakte de beker. Maar waar in Nederland sprake zou zijn van grote euforie, dronken de Amerikanen rustig hun biertje op en gingen naar huis. Net als wij.


Dag 7, donderdag 27 juli: Scottsdale – Grand Canyon – Flagstaff
Aantal mijl gereden: 347 mijl (= 558 km)
Aantal km gelopen: 9,04
Hotel: America’s Best Inn, 910 South Milton Road, Flagstaff
Weer: van alles wat!

Vandaag maakten we meer kilometers dan gisteren, maar toch was dit een veel prettigere reis. Deze kilometers maakten we namelijk over een hele dag verspreid en we reisden door diverse landschappen.
Het weer veranderde ook voortdurend. In Scottsdale was het zonnig en 111 graden Fahrenheit (44 graden Celcius), maar in Flagstaff was het 65 graden Fahrenheit (18 graden Celcius) en ging de zon schuil achter een dik pak wolken. Wat een bizar verschil!

Bizar was ook het landschap. Hoe dichter we bij Sedona kwamen, hoe mooier het landschap werd.
Even na Sedona stopten we bij het Slide Rock State Park. Dit is als het ware een natuurlijk zwembad. In State Parks is de Nationale Parkpas niet geldig, dus eigenlijk zouden we 20 dollar moeten betalen om de krappe parkeerplaats op te mogen. Deze was echter vol en dus moesten we op zoek naar een parkeerplaats langs de weg. Mogelijkheden om de auto langs de weg te parkeren zijn daar nauwelijks. Eén kilometer verderop vonden we een plekje langs de weg waar een stuk of vijf auto’s konden parkeren. Niet erg, want dat scheelt wel weer even 20 dollar. Na een kwartiertje lopen kwamen we bij dit onbeschrijflijke mooie natuurfenomeen. De foto hieronder maakt woorden verder overbodig. Zet deze plek absoluut op je bucketlist als je hier rondreist!

Het wonderschone Slide Rock State Park!

Voor we hier aankwamen, kregen we de schrik van ons leven toen ineens een flinke steen op onze voorruit van de auto kwam. Een flinke ster van een paar centimeter was het gevolg. En nu?
In Flagstaff lag gelukkig ook een vestiging van Alamo. Daar vertelde een medewerker ons dat we gerust konden doorrijden hiermee. We waren er voor verzekerd en verder scheuren zou het toch niet.
Aan het einde van de reis bleek echter dat dit wel degelijk had kunnen gebeuren en we zelfs een boete hadden kunnen krijgen, omdat je er niet mee mag rijden…

Nadat we  in Flagstaff onze spullen in het hotel hadden gedropt, was het snel doorrijden naar de Grand Canyon. Een rit van een kleine anderhalf uur, waar we weinig speling hadden. Om 17.00 uur hadden we immers een helikoptervlucht gereserveerd.
De lucht was inmiddels erg donker en op diverse plekken zagen we de regen en onweer in de verte de boel onveilig maken. Zouden we wel kunnen en mogen vliegen?

Niet helemaal dus, bleek bij aankomst. Wij hadden bij Papilon de grote rondvlucht van 45 minuten geboekt. Deze ging van de South Rim via de oostkant naar de North Rim om vervolgens westelijk weer terug te keren. Maar het weer bij de North Rim was erg slecht en dus was het te gevaarlijk om daar te vliegen. We konden, voor 44 euro minder, wel de korte vlucht van 20 minuten nemen die rondom de South Rim zou vliegen. Dan dat maar doen!
En daar hadden we geen spijt van. Je kan foto’s en filmpjes bekijken wat je wilt, maar dan heb je geen flauw benul hoe groot de Grand Canyon is.
De tranen van genot en bewondering stonden in mijn ogen. Dit was zo indrukwekkend.

De Grand Canyon vanuit de helikopter

* Tip: het kost klauwen met geld, maar boek echt een rondvlucht met een helikopter. Het is zo indrukwekkend. Een typische ‘once in a lifetime’ ervaring! *

Daarna gingen we de Canyon vanaf de grond bekijken. Daarvoor heb je twee mogelijkheden. Je parkeert je auto en pakt de verplichte shuttlebus die in westelijke richting stopt nabij diverse (uitzicht)punten of je rijdt zelf de 35 km lange Desert View drive richting het oosten.
De meeste toeristen kiezen de eerste optie. Maar ik had gelezen dat de oostkant niet onder doet voor de westkant en het zelf rijden toch een stuk prettiger is.
Ook hier kregen we geen spijt van. Wat een prachtig uitzicht op dit uniek natuurfenomeen. En bij iedere stop zag de Canyon er weer anders uit. Dit kwam mede door de zon die langzaam onderging.
De bedoeling was om te genieten van de zonsondergang bij de Desert View toren, maar het was helaas al donker toen we daar aankwamen.
Over de hele 35 km hebben we uiteindelijk dik twee uur gedaan.

Voor het eerst deze reis reden we daarna in het donker naar ons hotel. Dat was geen pretje. Je rijdt door de middle of kwowwhere en er is geen verlichting. Nu begreep ik de tip van veel mensen dat als het even kan je moet zorgen dat je voor het donker in of nabij je hotel bent!


Dag 8, vrijdag 28 juli: Flagstaff – Monument Valley – Page
Aantal mijl gereden: 311 mijl (= 500 km)
Aantal km gelopen: 6,52
Hotel: Best Western Plus, 208 North Lake Powell Boulevard, Page
Weer: Bewolkt en onderweg een paar flinke regenbuien gehad. In MV was het bijna 30 graden, in Page 36 graden.

Voor de derde dag op rij flink wat kilometers. De rit van Flagstaff naar Monument Valley was vrij saai. Eenmaal bij Monument Valley waanden we ons in een cowboy filmset. Wat een bijzonder landschap.
We reden de bekende 17-mile drive door dit gebied. Een onverharde weg die je langs enkele fraaie gigantische rotsen leidt. Vooraf hadden we gelezen dat deze weg met een gewone auto risicovol is, vooral als het geregend heeft.
Dat had het duidelijk niet, want ondanks dat de weg erg hobbelig is en je heel rustig moet rijden, is het prima te doen met een gewone auto. Voorzichtigheid is sowieso geboden, want je auto is op deze onverharde weg niet verzekerd.
Let overigens op dat je ook hier apart entree moet betalen. Het is indianengebied en dan geldt de Nationale Parkpas niet.
De rit over de 17-mile drive duurde een dikke anderhalf uur. En dat was eigenlijk te lang. Na een half uur hadden wij het eigenlijk wel gezien in Monument Valley. Absoluut heel mooi, maar het kon niet aan de Grand Canyon tippen.

Monument Valley met op de voorgrond een stuk van de 17-mile drive.

We reden door naar Page en werden onderwerg getrakteerd op pittige regenbuien.
Hoe dichter we bij Page kwamen, hoe vriendelijker het weer werd. Gelukkig!
In het kleine Page zagen we een enorme drukte bij een tankstation dat is omgebouwd tot BBQ-restaurant met live muziek. Eigenlijk wilden we hier gaan eten, maar de wachtrij was gigantisch.
We kwamen uiteindelijk terecht bij ‘Fiesta Mexicana’. Echt een aanrader, wat een heerlijk eten en grote porties!

We sliepen deze eerste week in prima hotels/motels, maar het Best Western Plus was de beste tot dusver. Een hele grote, mooie, moderne kamer en het ontbijt was erg uitgebreid.
Een groot nadeel: de Wi-Fi is waardeloos. In heel Page is internet relatief langzaam (het stadje ligt ook extreem afgelegen), maar dit hotel spande de kroon.


Dag 9, zaterdag 29 juli: Page – Panguitch
Aantal mijl gereden: 159 mijl (= 256 km)
Aantal km gelopen: 8,39
Hotel: Blue Pine Motel, 130 North Main, Panguitch
Weer: half bewolkt, 36 graden

We startten de dag vroeg bij de Lower Antelope Canyon, net buiten Page. Vooraf hadden we een tour geboekt via Ken’s Tour. Als je dat doet, vergeet niet een dag vooraf online te bevestigen! Je moet ter plekke cash betalen.
Bij aankomst schrokken we van de drukte. Er hing ook een briefje op dat de wachttijd op kon lopen tot meer dan twee (!) uur.
Uiteindelijk gingen wij drie kwartier later dan gepland de Canyon in.

Hier sta ik in de Antelope Canyon

Zodra je de Canyon inloopt, valt je mond open van verbazing. Een fascinerende creatie van moeder natuur. Wind en met name water hebben een onwaarschijnlijke schoonheid gecreëerd. Onze gids Brooks hielp ons met het instellen van de telefoon en camera, zodat je de mooiste foto’s kon maken. Zelf hielp hij ook met fotografen. En veel foto’s maak je, kan ik u vertellen. We wisten al gelijk dat de dit misschien wel het mooiste zou zijn wat we deze reis te zien zouden krijgen!

* Tip: houdt met je planning rekening dat de Lower Antelope Canyon veel meer (wacht)tijd kost dan je denkt*

Nog helemaal perplex van deze ongekende ervaring reden we naar de Horshoe Bend, slechts tien minuten verderop.
De Horshoe Bend kent iedereen wel van de foto’s.
Vanaf de parkeerplaats is het slechts een kwartiertje wandelen naar dit fraaie uitzicht, maar u moet de wandeling niet onderschatten! Zeker terug is de wandeling best pittig.
Maar het is het lopen meer dan waard. Ook dit was weer zo mooi! Het was veel groter dan ik dacht.

Horseshoe Bend

Na een heerlijke lunch bij Denny’s (de typische Amerikaanse diner waar we deze vakantie het meest hebben gegeten) reden we door naar Rock Beach. Opnieuw een kort ritje van zo’n 20 minuten. In die 20 minuten passeerden we de staatsgrens met Utah. Yes, weer een andere staat! En het gekke was: ook een andere tijdzone. De klok ging een uurtje vooruit.
Lone Rock Beach is het enige makkelijk begaanbare zandstrand bij Lake Powell. Het was er dan ook erg druk, maar wat was dit een heerlijke unieke plek om te zwemmen.
Na een dikke drie uur kwam er wel heel onheilspellende lucht aan, dus vertrokken we naar ons hotel in Panguitch, dat nog zo’n twee uur rijden was.
Na drie lange reisdagen, waarbij we totaal bijna 20 uur in de auto zaten, was deze relatief korte (en mooie!) rit wel prettig.

Na een tussenstop in Kanab voor het avondeten, arriveerden we nog net voor zonsondergang in dit bijzondere plaatsje. De tijd heeft hier duidelijk een jaartje of 100 stil gestaan. Dat zou ook de dag erna blijken. Op zondag is namelijk vrijwel alles in het dorp gesloten.


Dag 10, zondag 30 juli: Bryce Canyon
Aantal mijl gereden: 85 mijl (= 137 km)
Aantal km gelopen: 18,11 (waarvan een deel door het paardje!)
Hotel: Blue Pine Motel, 130 North Main, Panguitch
Weer: half bewolkt, 28 graden

Toen ik ’s ochtends naar buiten liep, was het even schrikken: koud!
Het bleek slechts 11 graden te zijn. Het dorpje ligt op ruim 2.000 meter hoogte, dus dat het ’s nachts hier flink afkoelt, is niet zo gek.
Vanuit Panguitch is het een half uur, door een fraai landschap, rijden naar de Bryce Canyon.
We moesten hier al om 8.15 uur zijn om te gaan paardrijden.
Nadat de cowboys en -girls ons een paard hadden toegewezen, gingen steeds kleine groepjes met een gids de Canyon in. Wij moesten als langste wachten. Je hoeft niet te kunnen paardrijden om dit te doen. De paarden lopen vanzelf in een rustig tempo achter elkaar. In het begin is het doodeng, de paarden lopen centimeters langs diepe afgronden. Eén misstap van het paard en je bent hartstikke dood.
Na tien minuten verdwijnen de afgronden gelukkig en kun je pas echt gaan genieten van opnieuw een wonderbaarlijk landschap.
Ik probeer steeds andere woorden te vinden om de schoonheid van al die prachtige natuur die we zien weer te geven, om mijn verslag niet te eentonig te maken. Maar ik kan niets anders dan in herhaling vallen wat ik bij de andere natuurfenomenen heb geschreven.

Cowboy Danny in de Bryce Canyon

Men zegt altijd: de Grand Canyon is indrukwekkender, de Bryce Canyon mooier. Daar sluit ik me volledig bij aan. Helemaal bijzonder om dit per paard te verkennen.

Na een ritje van bijna twee uur stapten we met een beetje spierpijn van onze paardjes.
Tijd om zelf de beentjes te bewegen! We gingen de Navajo trail lopen. Een ongelooflijk mooie wandeling. Absoluut een aanrader. Maar goede wandel- of bergschoenen is echt verreist, want de wandeling is behoorlijk pittig.

Een stuk van de Navajo Trail wandeling

Na de wandeling pakten we de auto en gingen we de route rijden waarbij diverse malen de mogelijkheid is om te stoppen bij uitzichtpunten.
Eigenlijk viel dat allemaal een beetje tegen. Het was niet zo dat het ene punt een compleet andere kijk op het geheel gaf dan het andere punt. Er was een uitzondering, een waanzinnig uitzichtpunt: de Bryce View. Deze is ook het drukst en parkeren was erg problematisch. Vlak na ons werd de weg naar boven ook tijdelijk afgesloten.

Na nog een korte stop in het stadje Bryce, waren we al om 17.00 uur terug in het hotel.
De Bryce Canyon is dus makkelijk in een dag te doen.
De afgelopen dagen hebben er fysiek en mentaal toch flink ingehakt. Zeker de drie lange reisdagen op dag 6, 7 en 8. Dat we nu ook twee nachten in hetzelfde hotel sliepen, was ook erg fijn. We kropen al vroeg ons bedje in en keken een serie of gingen wat lezen. Even afschakelen.

Bryce View


Dag 11, maandag 31 juli: Panguitch – Zion NP – St. George
Aantal mijl gereden: 116 (= 187 km)
Aantal km gelopen: 13,54
Hotel: St. George Inn and Suites, 1221 South Main Street, St. George
Weer: half bewolkt, 34 graden

Na een stevig ontbijt bij het Cowboy Smokehouse in Panguitch (tip!) reden we via de adembenemend route UT-9 naar Zion NP. Het landschap waar je doorheen rijdt is spectaculair.
Vlak voor je de lange tunnel ingaat richting Springdale, zijn er langs de kant van de weg enkele parkeerplaatsen welke het startpunt is voor de Canyon Overlook trail.
Een wandeling die ik u echt kan aanraden! Ondanks dat het een klein beetje klimmen en klauteren is, is deze wandeling uitstekend te doen. Na 20 minuten wandelen bereikten we het prachtige uitzichtpunt, zoals u op de foto hieronder kunt zien!

Canyon overlook, Zion

Vervolgens wilden we parkeren bij het Visitor Center van Zion, maar dit stond zo slecht aangegeven, dat we er langsreden. Uiteindelijk parkeerden we gratis langs de weg bij de Springdale bushalte 3 (tip!). De gratis bus brengt je binnen paar minuten naar het vistor center, vanwaar je Zion echt inloopt.
Het was maar goed dat we hier niet hadden geparkeerd, want dan waren we weer 20 dollar armer geweest, terwijl we nu gratis ons autootje kwijt konden.

Je kunt Zion alleen te voet of met de shuttlebus in. Wij wilden de Riverside Walk doen, waarna deze wandeling overgaat in de bekende Narrows.
Hiervoor moet je bij de laatste bushalte uitstappen. Een rit van 40 minuten, die overigens best gezellig was aangezien we de dag ervoor een Limburgs gezin hadden ontmoet die we nu toevallig weer tegenkwamen.

Deze twee wandelingen zijn de populairste van Zion NP en dat was te merken. Het leek wel alsof we op een braderie liepen. Hierdoor was de beleving van deze bijzondere en opnieuw prachtige omgeving wat minder.
Na een half uurtje lopen bereikten we het beginpunt van de Narrows: een wandeling door de rivier in een kloof. De gehele Narrows lopen mag niet zonder toestemming. Heen en terug op een dag haal je namelijk niet gezien de lengte van 24 km. De meeste mensen lopen zo’n 4 km (2 uur) tot de Orderville Canyon. Je moet daarna immers ook weer 2 uur terug lopen. Fanatiekelingen verdubbelen dit tot Big Springs. Wil je nog verder lopen, heb je de ‘permit’ nodig waar ik zojuist over schreef.

Wandeling door de Narrows, een belevenis!

Wandelen door de rivier is echt gaaf. Soms is het prima te doen en sta je maar tot je enkels in het water, soms wordt het dieper en komt het water tot ver boven je knieën.
Aangezien wij wat laat waren begonnen aan deze wandeling en we honger hadden, besloten we na 45 minuten om te keren.
Daarnaast waren we bang dat we zouden uitglijden en onze rugzak met telefoons en camera’s die bij elkaar meer dan 2.000 euro waard waren, nat zou worden.
Ooit komen we terug, zonder dure spullen, met eten en drinken en op tijd!
Teruglopend kreeg ik het inmiddels ook behoorlijk koud aan mijn voeten. Het water is kouder dan je denkt.

Nadat de shuttlebus ons terug had gebracht naar de ingang, liepen we in tien minuten naar onze auto. Dat was sneller dan in de lange rij te gaan staan voor de bus die ons daar in drie minuten zou brengen.
Vervolgens moesten we nog een uurtje rijden naar ons hotel in St.George. In deze omgeving een grote stad en voor ons een ideale plek om te overnachten.
We namen nog een duik in het heerlijke zwembad en gingen met een goed gevoel slapen. Morgen zou immers Las Vegas op ons wachten!


Dag 12, dinsdag 1 augustus: St. George – Las Vegas
Aantal mijl gereden: 138 (= 222 km)
Aantal km gelopen: 25,04
Hotel: Excalibur, 3850 Las Vegas Boulevard South, Las Vegas
Weer: zonnig, 42 graden

De rit van St. George naar Las Vegas is slechts een kleine twee uur. Daarom hadden we vooraf bedacht om een omweggetje van een uur te maken door het Valley of Fire State Park. Onze neus zat echter zo vol van het autorijden, dat we besloten rechtstreeks naar Vegas te rijden.
We reden de vierde en laatste staat van onze reis binnen: Nevada. De klok ging ook weer een uurtje terug, dus deze dag zou een uur extra duren, jeej!
En dan doemt uit het niets in de woestijn de skyline van deze onwaarschijnlijke stad op.
Je kijkt je ogen uit en realiseert je meteen dat dit eigenlijk helemaal niet kan, midden in de woestijn. Het is zo verschrikkelijk warm, ruim boven de 40 graden. Wat kost dit wel niet aan geld en energie om alles binnen koel te houden?

Wij sliepen in het bekende Excalibur hotel, met ruim 4.000 (!) kamers behorende tot de tien grootste hotels van de wereld. Acht van deze tien grootste hotels ter werld staan overigens in deze stad.
Wij hadden vooraf online al de mobile check-in gedaan, waardoor je binnen no-time je kamerpasje had. Normaal via de automaat, maar die waren nu defect. Daarom was een speciale balie voor de mobile check-in gasten.
De reguliere check-in rij was gigantisch. Ik had ook gelezen dat je daar vaak meer dan een uur instaat.
Inchecken is normaal vanaf 15.00 uur, maar als je vooraf online incheckt, krijg je een mail met je kamernummer zodra deze gereed is. Dat was bij ons al om 11.30 uur.

Ons hotel!

Vervolgens hebben we ons gigantische hotel verkend. Vier mooie zwembaden, gigantisch casino een foodcourt met keuze te over, vele winkeltjes en andere restaurants. Bizar groot dit.
Ons hotel was ook van binnen verbonden met het Luxor (die moet je echt zien!) en het Mandalay Bay. Dus zonder naar buiten te gaan, kun je je in drie hotels vermaken.
Via een loopbrug buiten was er een rechtstreekse verbinding met hotel New York New York (gaaf!). Over de strip lopen, zeker als het donker is, is een belevenis.

’s Avonds zijn we wat gaan drinken met een collega van mij, die toevallig met haar gezin ook in Las Vegas was. Zittend in een stuk nagebouwd New York (binnen), had ik echt het idee alsof ik gewoon op een terrasje in een stad zat.
Het werd een hele gezellige avond en we lagen moe maar voldaan (meer dan 25 km gelopen vandaag gaf de telefoon aan!) pas tegen 01.00 uur in bed.
Terwijl we de andere dagen meestal al voor 20.30/21.00 uur op de kamer waren.

Las Vegas, wat een stad!


Dag 13, woensdag 2 augustus: Las Vegas
Aantal mijl gereden: 3 (= 4,8 km)
Aantal km gelopen: 16,91
Hotel: Excalibur, 3850 Las Vegas Boulevard South, Las Vegas
Weer: licht bewolkt, 42 graden

Wat had ik heerlijk geslapen, beter dan dat ik thuis doe. We sliepen in de Resort Tower aan de achterkant van de Strip en je hoorde helemaal niets. Sowieso een hele grote kamer met grote badkamer. Top!
’s Ochtends ben ik naar een wasserette gereden. Ik was inmiddels bijna door mijn onderbroeken en T-shirts heen, dus dat was erg nodig.
Nadat ik weer in het hotel was, zijn we gaan zwemmen. Maar het was eigenlijk veel te warm om te zwemmen. Ik bleef dan ook constant in het water, want zonnen was niet te doen.
Aan het eind van de middag zijn we gaan kijken voor tickets voor een show. De dag ervoor hadden we ons al laten voorlichten in een winkel en een voorselectie gemaakt. Uiteindelijk besloten we te gaan kijken naar illusionist David Goldrake, de Hans Klok van Luxemburg.
De kaarten voor deze show waren slechts 35 dollar en dat was het meer dan waard. Een goede show!

*  Tip: kaarten voor concerten van grote artiesten en bekende, grote shows zoals Cirque du Soleil kun je het best vooraf kopen. Kaarten voor de iets minder bekende shows zijn vaak tegen (flinke) kortingen te koop bij diverse stands op de strip.*


Dag 14, donderdag 3 augustus: Las Vegas 
Aantal mijl gereden: 7 (= 11,3 km)
Aantal km gelopen: 29,24
Hotel: Excalibur, 3850 Las Vegas Boulevard South, Las Vegas
Weer: Grotendeels bewolkt, 37 graden

Toen we ons hotel uitliepen, was het een stuk aangenamer buiten. Het was bewolkt en dat zorgde toch voor een prettigere temperatuur.
We besloten de bus te pakken naar de noordkant van de Strip en dan terug te lopen richting het hotel en onderweg enkele bekende hotels te bezoeken.

Ik had gelezen dat er een ticketautomaat bij de bushalte zou moeten staan, maar dat was niet het geval (later zagen we deze bij de meeste andere haltes wel staan).
Ik wilde cash betalen in de bus, maar we mochten gewoon gratis mee. Mooi!
We dachten dat het een kort ritje zou worden, we hoefden immers maar 4 km verderop te zijn. Maar door het drukke verkeer en de stoplichten zaten we bijna een uur in de bus!

We stapten uit vlak bij Circus Circus, met ook zicht op de bekende Stratosphere Tower.
Circus Circus is echt een grappig hotel. Binnen was best een goede show bezig in de piste.
Daarnaast is er een grote gamehal, waar Danny weer een jongetje van 10 jaar werd. Er stonden namelijk tientallen speelautomaten uit mijn jeugd. Voor 25 dollarcent kon ik net als vroeger een potje Mortal Kombat spelen. (C) 1993 stond ook op het scherm. Jeugdsentiment!

Daarna bekeken we nog een paar hotels, waarvan The Venetian en Ceasars Palace het meest indrukwekkend waren.
Venetië is zo mooi nagemaakt, tot in detail klopt alles. Echt te gek!
Ceasars Palace vond ik gezelliger. Al die winkeltjes in de Romeinse straten, zo leuk! Maar ook erg groot. We liepen er ruim een uur om alles te zien!

Alsof je echt in Venetië bent

Tussendoor waren we ook nog even kort gaan shoppen in een voor Nederlandse begrippen extreem grote shopping mall: Fashion Mode. Wil je shoppen, is deze mall echt een aanrader!

’s Avonds zijn we naar Fremont Street gereden, het oude Las Vegas. Downtown. Dit was het Las Vegas zoals ik kende uit oudere films! Leuk om hier een uurtje rond te lopen en je ogen uit te kijken. Toeristen die met een zipline boven je langs zoeven, vrouwen die een lapdance krijgen van een chippendale, muziekkanten, tekenaars, Michael Jacksons ‘in het zoer’, het loopt er allemaal rond. Dit allemaal omgeven door ontelbare lampjes van de casino’s.

* Tip: Parkeer je auto voor 3 dollar per uur in het Fremont Street Experience. Als je niet gaat uit eten of lang gokken, ga je toch niet vele uren hier doorbrengen. Wij zijn een kleine anderhalf uur geweest. *

Op de terugweg, inmiddels was het al bijna 22.00 uur, parkeerden we onze auto bij het Bellagio om naar de bekende fonteinenshow te kijken. De show duurt maar een paar minuten en is best leuk om te zien.
De meeste hotels hebben overigens de ingang van de parkeergarage aan de achterkant, zodat je met je auto niet over de drukke strip hoeft te rijden. De parkeerplaatsen van dit hotel waren echter alleen via de Strip bereikbaar.
Parkeren is sinds vorig jaar een heikel thema in Las Vegas. Tot de zomer van 2016 was parkeren in vrijwel heel Las Vegas gratis. Maar de mensen die naar Vegas komen, gokken steeds minder. Steeds meer toeristen gaan voor de beleving of om naar shows en concerten te kijken. Om dit verlies te compenseren moet je betalen om te parkeren.
Bij ons hotel was dit 10 dollar per dag. Je kunt dan bij alle hotels van MGM gratis parkeren. Ook werkt je Wi-Fi in al deze hotels.
MGM heeft veel bekende hotels in bezit, waaronder Excalibur, New York New York, Monte Carlo, Mirage, en Luxor. Allemaal hotels van deze keten!

Fremont Street


Dag 15, vrijdag 4 augustus: Las Vegas – Death Valley – Bishop
Aantal mijl gereden: 310 (= 499 km)
Aantal km gelopen: 8,8
Hotel: El Rancho Motel, 274 Lagoon Street, Bishop
Weer: Grotendeels bewolkt, 37 – 47 graden.

Na drie dagen bijkomen van al het autorijden, stond vandaag weer een behoorlijk lange rit op het programma, waar we (met alle tussenstops) uiteindelijk ruim 9 uur over deden.
Maar deze lange reis vonden we niet zo vervelend. Enerzijds omdat we dus een paar dagen (op een paar kilometers na) niet hadden gereden en anderzijds omdat het een prachtige route was.

Na twee uur rijden kwamen we namelijk in de Death Valley. Wat een ongelooflijk landschap, dat ook om de paar kilometer lijkt te veranderen.
En wat ongelooflijk warm. Het officiële meetpunt bij het Vistor Center gaf een temperatuur aan van 117 graden Fahrenheit, oftewel 47,2 graden Celcius!

We bezochten o.a. Zabriski Point, Badwater en de zandduinen. De Death Valley is een hele bijzondere plek op aarde die je echt moet bezoeken!

Het laagste punt van het westelijk halfrond, midden in de woestijn!

Nadat we de Death Valley hadden verlaten bleef het landschap dor, droog, maar mooi. In de verte doemde ineens het Sierra Nevada gebergte op, met ruim 4.400 meter de hoogste top van Amerika: de Mount Whitney. Het landschap werd ook steeds groener.
Als je via de US 395 naar het noorden rijdt, is het genieten geblazen. Rijdend door groene velden met typische kleine Amerikaans dorpjes, kijk je links naar het imposante gebergte waarachter de prachtige dik beboste natuur van Sequoia en Yosemite is, terwijl achter het minder hoge gebergte aan de rechterkant de woestijn ligt. Bijzonder!

Uiteindelijk kwamen we aan in het authentieke stadje Bishop, prima als overnachtingsplek.

De prachtige US 395 route.


Dag 16, zaterdag 5 augustus: Bishop – Groveland
Aantal mijl gereden: 165 (= 265 km)
Aantal km gelopen: 16,09
Hotel: Red Tail Ranch, 22307 Ferretti Road, Groveland
Weer: Half bewolkt, 31 graden

We begonnen de ochtend met een ontbijtje bij Erick Schat’s Bakery in Bishop (tip!). Van oorsprong een Nederlandse bakker, wat nog te zien is aan het delfsblauw dat je kunt kopen en Hollandse lekkernijen als speculaas en stroopwafel. Het staat ook allemaal gewoon in het Nederlands op de verpakking. Ook kun je er Nederlands brood kopen. Maar verder is het vooral veel Amerikaans. De keuze is extreem! Wat een lekkere taarten, gebak en weet ik wat nog meer voor lekkers. Het is ook bizar druk in de zaak. De rij is lang, maar het wachten is niet voor niets, want deze bakker heeft erg goed spul. Er staan wat tafels in de zaak waar je kunt zitten om al dat lekkers tot je te nemen. Ben je of rij je door Bishop, stop zeker even bij deze zaak!

Na het heerlijke ontbijt gingen we weer met de auto op pad. Vanaf de eerste minuut was deze rit een om je vingers bij af te likken. We reden dwars door het Sierra Nevada gebergte met mooie bergtoppen, fraaie meren, watervallen, bossen, alpenweides en we hebben zelfs in de sneeuw gestaan!
Dit alles op de 120 km lange Tioga Road, die bekend staat als een van de mooiste wegen van Amerika. Ik begrijp waarom!

De prachtig gelegen Tioga Road

Voor we de Tioga Road opreden, stopten we bij Mono Lake, bekend vanwege de tufa’s. Een stop is hier zeker de moeite waard.
De Tioga Road leidt je over de gelijknamige pas die op ruim drie kilometer hoogte ligt. Dat er zelfs midden in de zomer nog sneeuw ligt, is dan ook niet heel gek.
We maakten een fraaie wandeling in de Tuolumne Meadows, nabij de Lembert Dome. Het was wel zoeken naar een parkeerplekje tussen die extreem grote hoeveelheid auto’s. Van die drukte merkten we tijdens de wandeling echter weinig.
Je kunt hier fraai wandelen in een vlak gebied op zo’n 2600 meter hoogte.

Tuolumne Meadows

We reden de Tioga Road verder af tot we bij de kleine parkeerplaats van Tuolumne Grove kwamen. Na Mariposa Grove (die vanwege werkzaamheden gesloten was) de beste plek om een aantal sequoia’s te zien, de grootste bomen ter wereld.
De parkeerplaats was vol, dus we moesten een stukje terug rijden voor een klein parkeerplekje langs de weg.
Je moet een stuk wandelen om bij deze gigantische bomen te komen. Er staan er maar een handjevol, maar wat zijn ze groot! En dan zijn dit nog relatief kleine sequoia’s met een dikte van circa 7 meter.
De wandeling is overigens best pittig. Je moet flink wat stijle paden trotseren, zeker op de terugweg. Al met al waren we hier bijna twee uur mee zoet.

Een tunnel die bijna 150 jaar geleden is gemaakt in een dode sequoia.

Oorspronkelijk was het plan om nog naar Glacier Point te gaan, maar het rijden door de bergen inclusief alle stops duurde veel langer dan gedacht en ook de wandelingen namen meer tijd in beslag. Dus maar naar de Ranch waar we twee nachten zouden verblijven. Dit was nog dik een uur rijden. We reden alleen maar door natuur en de kilometers lange ‘straat’ waar de Ranch zich in bevond is een hele rustige weg met hier en daar wat ranches en een enkel gewoon huis.
Bij aankomst op de Ranch viel onze mond open. Wat een paradijs! Wat een ruimte! Wat een rust! Eigenaren Deborah en Kevin die deze B&B runnen zijn zo’n lieve, aardige mensen. Vooral ook omdat ze hun paradijsje met anderen delen. De Ranch krijgt ook dan ook een 9,8 als beoordeling op booking.com en dat is eigenlijk 0,2 te weinig.

Een kwartiertje rijden van de Ranch ligt een klein dorpje (Groveland) met supermarkt, waar we vlees kochten om te barbecuen. Er was op de Ranch immers een heuse buitenkeuken met BBQ!

Met een heerlijk gevoel en volle maag gingen we slapen.

Uitzicht vanaf de Ranch


Dag 17, zondag 6 augustus: Yosemite Park
Aantal mijl gereden: 152 (= 245 km)
Aantal km gelopen: 12,1 km
Hotel: Red Tail Ranch, 22307 Ferretti Road, Groveland
Weer: Vrij zonnig, 30 graden

Vroeg vertrekken naar Glacier Point vandaag, was het advies van de eigenaresse van de Ranch. Na een kleine twee uur rijden waren we uiteindelijk rond 10.15 uur boven bij dit unieke uitzichtpunt. Parkeren was echter problematisch en we moesten, zoals wel vaker deze vakantie, een stukje terug rijden om een geniepig plekje langs de kant van de weg te vinden. Daarna kregen we ook te horen dat de weg naar Glacier Point vanwege drukte was afgesloten. Je kon alleen nog met de shuttlebus de tocht naar boven maken (een flinke rit!). We waren dus net op tijd.
Het uitzicht vanaf Glacier Point is subliem. Het zoveelste unieke, bijzondere natuurfenomeen tijdens deze reis.

Glacier Point

Daarna reden we, na een tussenstop bij de beroemde Tunnel View, de Yosemite Valley in. Wat een drukte! Het was een grote polonaise van auto’s. Alle parkeerplaatsen waren vol en afgesloten en we reden een uur rond op zoek naar dat ene geluksmomentje van een vrije parkeerplaats langs de weg. Na een uur (en inmiddels een hoop frustratie) kwam dat momentje. De enige vrije parkeerplaats in heel Yosemite was voor ons! 😉

Na de lunch wilden we de 4,8 km lange Vernal Fall trail lopen. Een van de mooiste, en daarom ook drukste, wandelingen van Yosemite. Maar inmiddels was het door het niet vinden van een parkeerplek al best laat geworden. Daarnaast was de wandeling ook veel pittiger dan gedacht, waardoor het tempo lager lag. Na 1,3 kilometer besloten we bij de Vernal Fall Bridge om te draaien.
We wilden namelijk ook voor 19.00 uur bij de Ranch zijn om weer lekker te barbecuen en te genieten van de jacuzzi. We hielden woord. Heerlijk genieten na een vermoeiende dag Yosemite!

chillen in de jacuzzi


Dag 18, maandag 7 augustus: Groveland – Lake Tahoe
Aantal mijl gereden: 157 (= 253 km)
Aantal km gelopen: 15,52
Hotel: Big Pines Mountain House, 4083 Cedar Avenue, South Lake Tahoe
Weer: Half bewolkt, 23 graden

Met pijn in ons hart verlieten we de Ranch voor een rit van bijna vier uur naar Lake Tahoe. Een hele mooie rit die in het begin door een Toscaansachtig landschap gaat via de US-49. Daarna gingen we via de US-88 weer het Sierra Nevada gebergte in.

Ons hotel lag in het stadsdeeltje Stateline, vlak bij de staatsgrens tussen Californië en Nevada. Heel bijzonder, want in beide staten gelden andere regels en wetten. Meteen over de grens zie je ook direct hoogbouw van een aantal casino’s in Neveda.
Het centrum van Stateline is erg gezellig. Er zijn heel veel winkeltjes en terrasjes waar het erg druk was. Midden in het centrum is er een kabelbaan die je naar de top van de berg brengt. In de zomer om te wandelen, in de winter om te skiën of snowboarden.
De winter is hier dan ook het hoogseizoen, ondanks dat het nu ook best druk was.
Het dorpje ademt ook wintersport uit. De huizen en hotels zijn veelal van hout en ook in de zomer bieden de winkels wintersportspullen te koop aan.

Kirsten wilde graag een speedboot huren, omdat in Amerika een autorijbewijs daar al voldoende voor is. In Europa heb je een vaarbewijs nodig.
De kleinste speedboten zijn echter voor 7 personen en daar zijn de prijzen dan ook naar. Meestal moet je ook meerdere uren huren, maar we vonden een verhuurbedrijf waar we voor een uurtje een boot konden huren.
Ik was een beetje sceptisch, maar wilde het niet voor Kirsten verpesten.
Maar eenmaal op het water veranderde mijn mening drastisch: wat was dit gaaf! Wat een gevoel om op volle snelheid (ongeveer 50 km/uur) over dat water te ‘vliegen’. Vijftig kilometer in een boot voelt veel harder aan dan in een auto.
Maar we voeren ook vaak rustiger om te genieten van de prachtige omgeving. Lake Tahoe is schitterend gelegen, helemaal omringd door de bergen. Wauw!
De kosten voor het bootje waren 127 dollar, exclusief brandstof. Maar een uurtje varen zou toch niet veel brandstof kosten?
Wel dus. Maar liefst 27 liter! Hierdoor waren we totaal ruim 170 dollar kwijt. Oeps.
Maar het was het absoluut waard.

Genieten vanaf de boot!


Dag 19, dinsdag 8 augustus: Lake Tahoe – San Francisco
Aantal mijl gereden: 184 (= 296 km)
Aantal km gelopen: 8,53
Hotel: Grant Hotel, 753 Bush Street, San Francisco
Weer: Grotendeels bewolkt en mistig, 20 graden. In loop van de middag even meer zon.

Vandaag helaas onze laatste rit van deze reis. Via opnieuw best een mooie route naar onze eindbestemming: San Francisco!

‘De koudste winter die ik heb meegemaakt was een zomer in San Francisco’ is een bekende uitspraak van Mark Twain.
Bij aankomst troffen wij deze stad aan zoals deze veelal bekend is: hangend onder een dik pak mist. En koud dat het was voor ons gevoel! Voor het eerst deze vakantie was een lange broek nodig en een vest en jas. Brrrr.

We leverden onze auto in bij Alamo, waar deze vestiging toevallig recht tegenover ons hotel lag. 2887 mijl gaf de teller aan. 4646 km hadden we dus gereden deze vakantie!

Hotels in San Francisco zijn belachelijk duur. Ons hotel was een van de goedkoopste en kreeg ook maar een matige beoordeling (6,8) op booking.com. Maar wij snapten niet waarom, want onze kamer was ruim genoeg, schoon en gewoon heel netjes. Tevens was de ligging super, want binnen een paar minuten ben je rondom het levendige Union Square in Downtown San Francisco.
Wat was het hier belachelijk druk! Ik werd er erg onrustig van. In mijn favoriete New York was het ook hartstikke druk, maar dat vond ik als het ware een gestructureerde chaos. Dit was een onoverzichtelijk zooitje met al die voetgangers, auto’s, bussen en kabeltrams. De heuvels maakten het overzicht er ook niet beter op. We verkenden het gebied rondom ons hotel, waarbij ook China Town op loopafstand ligt. Bijzonder, al die Chinese gebouwen.

We kropen vroeg ons bedje in om fit te zijn voor twee dagen San Francisco.

Wandelen door San Francisco heeft iets weg van bergbeklimmen 🙂


Dag 20, woensdag 9 augustus: San Francisco
Aantal mijl gereden: 0
Aantal km gelopen: 15,93
Hotel: Grant Hotel, 753 Bush Street, San Francisco
Weer: Grotendeels bewolkt en mistig, 20 graden. In loop van de middag even meer zon.

Alcatraz, dat stond vandaag als eerste op het programma. We hadden ruim vooraf gereserveerd en vertrokken ook op tijd vanaf ons hotel. Eerst even een dagkaart voor het OV kopen (21 dollar). Met de kabeltram zouden we in 20 minuten bij Fishermans Warf zijn, vanwaar het nog een paar minuten lopen was.
De eerste tram die kwam was vol. Tien minuten later kwam tram twee: ook vol. Inmiddels begon de tijd te dringen en dus gingen we maar lopen langs de kabeltramroute in de hoop dat we gedurende het lopen bij een halte kwamen waar we in konden stappen bij tram drie, als daar plek zou zijn.
Wonder boven wonder gebeurde dat, waardoor we drie minuten voor het hek dicht ging, de boot op konden stappen. Dat scheelde dus niet veel.

Alcatraz vanaf de boot

Een prettig boottochtje bracht ons in ongeveer twintig minuten naar dit voormalig gevangeniseiland. Het uitzicht op de stad vanaf de boot en het eiland is fantastisch.
Net als het eiland zelf. De gratis audiotour is in het Nederlands en je kunt op je eigen tempo hierdoor Alcatraz verkennen. We waren erg onder de indruk. Wat een kleine celletjes. Wat een bijzondere verhalen. Wat een maffe plek!
Alcatraz is echt een must-do als je in deze stad bent. Vanaf het vertrek tot en met de terugkomst op het vaste land waren we uiteindelijk zo’n 3,5 uur zoet.

Daarna gingen we naar pier 39 met de bekende zeehonden. Wat was dat geinig! Het was erg leuk om te zien, vooral omdat de zeehonden elkaar van de platformen af proberen te gooien. Hilarisch!
Aansluitend verkenden we het aangrenzende Fishermans Warf met de vele winkeltjes, restaurantjes en andere toeristische trekpleisters. Een erg leuke en gezellige omgeving.

San Francisco vanaf Alcatraz

We liepen vervolgens naar de bekende Lombard Street.
Dat het bochtige straatje heel stijl en niet al te breed was, wist ik natuurlijk. Maar dat het zo smal was, had ik niet gedacht.
Van hieruit pakten we de bus en metro die ons naar de gaywijk Castro bracht. Zodra je uitstapt zie je overal regenboogvlaggen aan de gevels hangen. De wijk oogt erg gezellig en de sfeer was relaxed. Wie verwacht dat je alleen maar koppels van hetzelfde geslacht hand in hand zou zien lopen, komt bedrogen uit. Je ziet ze wel, maar niet massaal.
Bij het metrostation pakten we bus 37 die ons naar de bekendste heuvels van San Francisco bracht: de Twin Peaks. Bijzonder was dat er, op een groepje meiden na, niemand was. Ook in de bus zaten we vrijwel alleen.
Boven op de heuvels had je een waanzinnig uitzicht (zie foto). Het waaide wel hard. Veel te hard eigenlijk. Zo hard, dat het onverantwoord was lang op de heuvel te blijven staan, want het kostte veel kracht overeind te blijven.
We pakten de bus terug en gingen op zoek naar een restaurant in de gaywijk.
Daar genoten we van een overheerlijk pasta en pizza bij een echte Italiaan.

We concludeerden dat we geen OV-dagkaart hadden moeten kopen. Alles los betalen was goedkoper geweest.

Uitzicht vanaf de Twin Peaks


Dag 21, donderdag 10 augustus: San Francisco
Aantal mijl gereden: 0
Aantal km gelopen: 15,05
Hotel: Grant Hotel, 753 Bush Street, San Francisco
Weer: Grotendeels bewolkt en mistig, 20 graden. In loop van de middag even meer zon.

Onze laatste dag vandaag, waarbij we besloten hadden een fiets te huren. Toen we op weg waren naar het verhuurbedrijf waar we gisteren kortingsbonnen hadden gescoord (Bay City Bike) kregen we bij een ander verhuurbedrijf (Bike Rentals San Francisco) per toeval een betere aanbieding.
Voor 25 dollar per persoon konden we de hele dag een fiets huren. We kregen een plattegrond erbij en besloten die route ook te fietsen. Dit was immers nagenoeg dezelfde route die ik ook op internet had gevonden.
Deze ging eerst langs het water richting de Golden Gate Bridge. Daar fietsten we overheen, wat een hele opgave was gezien de drukte. Honderden voetgangers en tientallen andere fietsers lopen over hetzelfde smalle stuk.
Nadat we aan de overkant waren concludeerden we dat een botsing eigenlijk onvermijdelijk is, omdat voetgangers totaal niet uitkijken en ook gewoon over het fietsgedeelte lopen.
We fietsten terug en die onvermijdelijke botsing kwam ook, toen een meisje van een jaar of veertien uit het niets vlak voor Kirsten het fietspad opliep. De mamma van het onvoorzichtige kind was Kirsten verrot aan het schelden, terwijl de schuld toch echt bij haar dochter lag. Dat vond vaders ook, want die keek ons echt aan met een blik van: ‘ zucht, daar gaan we weer. Sorry, jullie hebben gelijk, maar dat kutwijf van mij moet zoals altijd weer herrie schoppen. En ik kan er niets van zeggen, want dan krijg ik ze thuis ook op de klote’.

Bij de Golden Gate Bridge

Uiteindelijk konden we onze weg vervolgen en werd het flink klimmen. De omgeving was echter prachtig. We reden door parken, mooie wijken en langs de zee. We daalden weer af en belandden uiteindelijk in het gigantische Golden Gate Park. Met ruim 400 hectare is het groter dan het Central Park in New York.
Na een lunchstop in de aangrenzende wijk, fietsten we door het park. We genoten van sportfaciliteiten, bossen, meertjes en tuinen.
Aan het einde van het park fietsten we de hippie wijk Haight Ashbury in.
Schitterend! Wat een figuren lopen daar rond. Rood haar, paars, blauw, het loopt er allemaal rond in vaak hele aparte kleding. De wietgeur komt je vaak tegenmoet en de sfeer is heel erg prettig. Ook echt een aanrader.
We fietsten door naar de Painted Ladies, de beroemde huizen uit de serie Full House.
Op de achtergrond de skyline van San Francisco. Wat een plaatje!
We reden terug naar de fietsverhuur en dat was af en toe goed opletten, want inmiddels waren we weer in het drukke centrum. De rest van de tocht was het vrij rustig met verkeer.

De ingang van het Golden Gate Park, per fiets met een windmolen voor je. Hollandser kan niet 🙂

* Tip: huur een fiets en volg de route van de plattegrond die je meekrijgt. Je ziet echt heel veel en het is erg leuk om te doen.*

Ons laatste avondmaal genoten we in een heel gezellig eetcafé (The Buena Vista) waar ik misschien wel de lekkerste maaltijd van de vakantie at.

Terug gekomen in ons hotel pakten we onze spullen in en blikten terug op onze fantastische reis.

De Painted Ladies


Dag 22, vrijdag 11 augustus/zaterdag 12 augustus: San Francisco – Brunssum
Aantal mijl gereden: 0
Aantal km gelopen: 11,31
Hotel: vliegtuig
Weer: Grotendeels bewolkt en mistig, 20 graden.

Onze vlucht zou rond 14.00 uur gaan, dus om 11.00 uur werden we pas op het vliegveld verwacht. Even voor 10.00 uur verlieten we het hotel om in 10 minuten naar het station Powel te lopen. Vanaf hier vertrok de BART naar het vliegveld. De BART is een regionale spoorlijn die de buitenwijken van San Francisco verbindt met het hart van de stad. In de stad zelf is het een soort metro. Eigenlijk is het dus een combinatie tussen een metro en trein.
Het was verrassend rustig in de BART die ons in een half uurtje naar het vliegveld bracht.
De koffers waren we weer snel kwijt en we slenterden nog wat over het vliegveld en genoten nog van een portie nacho’s als lunch.

Een uur later dan gepland vlogen we terug naar Amsterdam. De terugvlucht was een stuk prettiger dan de heenvlucht. Op de eerste plaats omdat deze een uur korter duurde.
Daarnaast was ik zo slim om dit keer niet te eten. Ik nam twee happen van de kip met rijst en begon alweer te kokhalzen. Dan maar geen eten. Ik kwam er achter dat een beetje honger hebben, maar je verder prima voelen veel fijner is dan geen honger hebben, maar je hondsberoerd te voelen.

Op Schiphol pakte ik de trein tot Boxtel, waar ik door werkzaamheden aan het spoor met de bus naar Eindhoven moest. Daar kon ik weer terug de trein in, die me naar Sittard bracht, waar mijn vader klaar stond om mij op te halen.
Om 14.30 uur Nederlandse tijd was ik weer thuis! Van deur tot deur een reis van bijna 20 uur.

Ik kijk terug op de mooiste vakantie van mijn leven tot dusver. Ik ben al een aantal dagen met dit verslag bezig en nu ik de laatste alinea typ, negen dagen nadat ik weer thuis ben besef ik me steeds meer wat voor bijzonders ik heb meegemaakt.
De ene reiziger houdt van Azië, de ander blijft liever in Europa en weer een ander trekt het liefst naar Zuid-Amerika. Maar welk continent of type vakantie ook je voorkeur heeft, ik kan me niet voorstellen dat iemand niet onder de indruk is van een rondreis door West-Amerika. Sterker nog, ik vraag me af of er een mooiere reis is die je kunt maken?
De meest unieke en wonderbaarlijke natuurverschijnselen, afgewisseld met grote miljoenensteden die iedere ook weer een eigen karakter hebben. Unieke dorpjes waar de tijd honderd jaar heeft stilgestaan en landschappen die ieder uur weer anders worden. Je komt in bijna iedere klimaatzone die er bestaat met bijbehorende vegetatie, landschap en dieren. En dat allemaal op relatief korte afstand van elkaar.
Unieker krijg je het niet op aarde.


Kosten

De brandende vraag altijd van iedereen die deze reis ook wilt maken: wat kost zo’n reis nou?
Hieronder een overzicht, waarbij opgemerkt moet worden dat wij dus in de zomervakantie (hoogseizoen) zijn gegaan. Met name vliegtickets zijn dan twee keer zo duur dan buiten het hoogseizoen. De bedragen zijn per persoon. We waren met twee personen dus alle kosten werden gewoon gedeeld.

Vliegticket: 1017 euro
Huurauto: 442 euro
Benzine: 86 euro (ja echt!) –> 4646 km gereden!
Hotels: 939 euro
Eten en drinken: 452 euro (= gemiddeld €20,50 per dag)
Parkeerkosten: 31 euro
Excursies en activiteiten: 521 euro
Overig: 101 euro

Totaal zijn we dus 3.600 euro kwijt geweest. Hierbij moet natuurlijk opgemerkt worden dat de dingen die je ter plekke doet (excursies en activiteiten) voor iedereen verschillend is. Doe je al geen helikoptervlucht boven de Grand Canyon, bespaar je al 240 euro.
Bij de meeste hotels was het ontbijt inbegrepen. Als lunch kochten we vaker wat broodjes en een yoghurtje in de supermarkt.
Het avondeten was veelal in standaard restaurants en bekende ketens als Cheesecake Factory en Denny’s.
Hotels zouden overigens ook goedkoper kunnen, als je met mindere kwaliteit genoegen neemt. Wij hadden steeds keurige standaard hotels/motels.
Bij de bedragen zijn souvenirtjes en gekochte kleding niet meegerekend.

Tips en opmerkingen

  • maak deze reis alleen als je niet op iedere euro hoeft te letten. Doe gewoon die helikoptervlucht boven de Grand Canyon. Ga lekker paardrijden in Bryce en huur die speedboot op Lake Tahoe. Je bent niet ieder jaar in het westen van Amerika!
  • Neem van thuis je navigatie mee, scheelt je veel geld! Koop / download in Nederland je kaart voor Amerika.
  • Zorg er voor dat de ‘kale’ reistijd niet meer dan drie uur per dag is. Het autorijden gaat je echt snel tegenzitten. Ik had die tip zelf vaker gelezen en gehoord, maar had toch drie dagen achter elkaar routes van 5,5 tot 6,5 uur gepland.
  • Incidenteel kun je wellicht een of twee langere reisdagen inplannen (in Amerika kan het soms niet anders), maar zorg er dan wel voor dat je die dag erna niet hoeft te rijden of maar een korte rit voor de boeg hebt.
  • Autorijden is fijn in Amerika. Over het algemeen rijden Amerikanen veel minder opgefokt dan in Nederland. Op de meeste snelwegen mag je maximaal 65 mijl per uur (= 105 km/uur). Gewoon op cruise control zetten en lekker laten gaan.
    Soms mag je 75 mijl per uur (= 120 km/u)
  • Je moet rechtsaf en je staat voor een rood stoplicht. Toch is de auto achter je flink aan het claxonneren. Wat doe je fout? Je mag, ook bij rood, gewoon rechtsaf slaan. Wel goed uitkijken! Als het toch niet mag, staat het duidelijk aangegeven.
  • Vergeet niet dat alle prijzen die je overal ziet, zonder BTW (‘tax’) zijn. De tax verschilt per staat en stad. Tel er gewoon een paar procent bij op.
  • Betaal gewoon zo veel mogelijk met credit card. Dit is niet alleen de veiligste manier, maar ook de goedkoopste manier. De wisselkoers is gunstiger dan als je cash gaat pinnen. Bovendien betaal je bij het pinnen nog een paar euro extra toeslag.
  • Toch moet je wel altijd cash bij je hebben. Soms kun je namelijk alleen cash betalen of is het net iets makkelijker, zeker in het OV. Wij hadden in het begin allebei 200 dollar cash op zak. Die zijn ook opgegaan en hebben totaal 300 dollar extra gepind.
  • Let goed op waar je gaat tanken. Soms zijn er twee, drie of zelfs vier tankstations naast/tegenover elkaar. Het prijsverschil is soms meer dan 1 dollar per gallon (=3,8 liter).
    Het goedkoopst hebben wij getankt voor 2,09 dollar/gallon en het duurst 4,53 dollar/gallon. Meer dan het dubbele dus. Die dure prijzen vind je alleen in de afgelegen natuurparken.
  • Ga niet rekenen of een Nationale Parkpas goedkoper is dan los entree betalen. 80 dollar (of de helft via marktplaats!) is geen geeld voor al dat moois!
  • De meest bruikbare reisgids was de Trotter. Echt een aanrader, zowel voor je planning vooraf als ter plekke. De schrijfstijl is heel leuk en de gegevens en informatie erg praktisch. Ook de ANWB reisgids Zuidwest USA vind ik uitstekend, maar is wat formeler.
  • Koop bij de Walmart een Coleman koelbox. Wij hadden een koelbox van 8 liter (passen ongeveer 6 flesjes drinken in) voor 11 dollar. Deze hielden de flesjes drinken uit de supermarkt goed koud. Bij de meeste hotels staat een ijsklontjesmachine waar je gratis ijs kunt pakken. Tijdens onze reis had één hotel niet zo’n machine. Maar voor twee of drie dollar krijg je ook grote zakken ijsklontjes bij tankstations en supermarkten.
    De meeste mensen laten de koelbox bij het inleveren van de auto achter of in het laatste hotel (dat deden wij ook).
  • Wij vonden de Safeway de fijnste supermarkt.
  • De lonen in de horeca liggen ook in Amerika erg laag. Personeel moet vooral leven van de fooien. Vandaar dat het personeel ook altijd (soms overdreven) vriendelijk is.
    Een fooi tussen de 15 en 20 % van het totaalbedrag is normaal.
    Als echte Hollanders gaven wij meestal zo’n 10 tot 15 %. Was de rekening 45 dollar, gaven we 50 dollar. Dat is toch niet gek, of..?
  • De zon schijnt veelvuldig, smeer je dan ook regelmatig goed in en neem een petje mee.
  • Probeer je reis niet te gehaast te plannen. Je kunt niet alles zien en doen. Ik had in mijn planning daar al rekening mee gehouden en enkele aangeraden bezienswaardigheden overgeslagen (Highway 1, Sequoia NP, US-12 route, Captiol Reef NP, Arches NP etc.)
    Toch zou ik mijn route verder inkorten en een aantal extra nachten op bestaande plekken blijven, als ik deze reis opnieuw zou moeten samenstellen.
  • Wat ik nu anders zou doen? Ik zou dag 3 t/m 6 overslaan. Dus Geen San Diego, Palm Springs en Scottsdale. Ik zou vanaf LA naar Needles of Kingman rijden (route 66) en dan naar Flagstaff. De drie nachten die ik dan bespaar zou ik inzetten bij Lake Tahoe, Yosemite en Flagstaff.
  • Overal bleven we één of twee nachten, behalve in Las Vegas. Daar bleven we drie nachten. Las Vegas viel halverwege onze reis en het was erg prettig om even iets langer rust te hebben. Geen gesleep met koffers van hotel naar hotel. Geen (rij)verplichtingen. Rustig aan doen. Lekker aan het zwembad liggen. En vooral: mentaal bijkomen. Even alle indrukken laten bezinken. Al doe je in Vegas natuurlijk ook genoeg nieuwe bizarre indrukken op 🙂
    Maar na Las Vegas voelden wij ons veel fitter, we hadden de accu echt even prima kunnen opladen.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Reizen. Bookmark de permalink .

Een reactie op Rondreis West-Amerika

  1. Pingback: Raadslid |

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s